Routesysteem & Regelement

Rally Noord Nederland

In onderstaand document vindt u ter voorbereiding op de rally het algemeen reglement en de rally routesystemen. Voor de rally van 19 mei zullen wij gebruik maken van de volgende routesystemen: Bol pijl, Fotoroute, Ingetekende lijn en Punt-punt.

Wanneer u het reglement en de routesystemen doorleest heeft u alvast een voorsprong op de route van 19 mei.

 

Algemeen regelement
Ingetekende lijn

  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) dient de ingetekende lijn zo nauwkeurig mogelijk in voorwaartse richting bereden te worden.
  • Onder de ingetekende lijn wordt geacht een weg of weggedeelte te liggen.
  • De lijn mag op geen enkel moment tegengesteld bereden worden.

 

Ingetekende lijn met barricades

  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) dient de ingetekende lijn zo nauwkeurig mogelijk in voorwaartse richting bereden te worden.
  • Onder de ingetekende lijn wordt geacht een weg of weggedeelte te liggen.
  • Dwarsstreepjes zijn barricades.
  • De barricades dienen ontweken te worden, waarbij zowel voor als na de barricade het overgeslagen deel van de ingetekende lijn zo kort mogelijk dient te zijn. U dient derhalve op de laatste samenkomst van kaartwegen voor de barricade de ingetekende lijn te verlaten en u dient de ingetekende lijn op de eerste samenkomst van kaartwegen na de barricade weer in voorwaartse richting te gaan berijden.
  • Alle wegen of weggedeeltes mogen slechts in één richting in de route opgenomen worden.
  • Samenkomsten van wegen mogen meermalen in de omweg worden opgenomen.
  • Het kruisen of raken van de ingetekende lijn is toegestaan, echter de ingetekende lijn mag nimmer tegengesteld bereden worden.
  • Met inachtneming van het bovenstaande dient de omweg zo kort mogelijk te zijn.

 

Pijlen (punten) kortste route/ door de letters

  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) dient een aantal pijlen in nummervolgorde te worden aangedaan.
  • Onder iedere pijl wordt geacht een weg of weggedeelte te liggen.
  • Een pijl dient van de voet tot de punt van de pijl zo nauwkeurig mogelijk bereden te worden.
  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar het eerste pijl, van pijl tot pijl en van het laatste pijl naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) (of ander traject) dient steeds de kortste route geconstrueerd en bereden te worden.
  • Pijlen of gedeelten van pijlen mogen ook worden bereden als ze nog niet aan de beurt zijn of als ze reeds aan de beurt zijn geweest, maar alleen in voorwaartse richting
  • Kruisen en raken van pijlen is toegestaan.
  • In het geval van ‘door de letters’ zijn de punten vervangen door een letter van bijvoorbeeld een plaatsnaam. Ook kan gevraagd worden deze letter ten oosten, zuiden, westen, noorden te passeren.
  • Bijvoorbeeld: O Drachten, dit betekent zo dicht mogelijk ten oosten van de ‘h’ rijden.

 

Pijlen op één na kortste route

  • Van de tijdcontrole(of startpunt kaartlezen) naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) dient een aantal pijlen in nummervolgorde te worden bereden.
  • Onder iedere pijl wordt geacht een weg of weggedeelte te liggen.
  • Een pijl dient van de voet tot de punt van de pijl zo nauwkeurig mogelijk bereden te worden.
  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar de eerste pijl, van pijl tot pijl en van de laatste pijl naar de tijdcontrole (of volgend traject) dient steeds de op één na kortste route geconstrueerd en bereden te worden.
  • Pijlen of gedeelten van pijlen mogen ook worden bereden als ze nog niet aan de beurt zijn of als ze reeds aan de beurt zijn geweest, maar alleen in voorwaartse richting.
  • Kruisen en raken van pijlen is toegestaan.

 

Grensbenadering

  • Van de tijdcontrole (of startpunt kaartlezen) naar de volgende tijdcontrole (of volgend traject) dient een op de kaart aangegeven grenslijn via de kortste route te worden benaderd, echter zodanig dat het oppervlak tussen de route en de grenslijn zo klein mogelijk is. De grenslijn ligt aan de linkerzijde (rechterzijde) van de route, dus in principe zoveel mogelijk linksaf (rechtsaf) slaan om de grenslijn te benaderen.
  • Indien het voor het verkleinen van de oppervlakte mogelijk is een keerlusje te rijden dient dit met de wijzers van de klok mee te gebeuren.
  • De grenslijn mag worden geraakt, zolang één van de twee bermlijnen vrij van de grenslijn ligt. De grens mag nimmer worden overschreden.
  • Het op een weg of weggedeelte louter heen en weer rijden wordt niet als oppervlakteverkleinend beschouwd.
  • Wegen en samenkomsten van wegen mogen meermalen in beide richtingen worden bereden.

 

Bol pijl met afstanden

  • Aan de hand van getekende situaties en met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen, dient de kortste route te worden gereden van de bol naar de punt van de pijl. De punt van de pijl dient uiteraard in de aangegeven richting bereden te worden.
  • De afstand naar de bol pijlsituatie vanaf de vorige bol pijlsituatie is aangegeven. Tevens is de totale afstand vanaf de tijdcontrole of startpunt aangegeven. Het meetpunt kan in de tekening aangegeven zijn met een sterretje (*).
  • Vaak is ook de resterende afstand naar de volgende tijdcontrole of de start van het volgend traject aangegeven.
  • De situaties dienen in nummervolgorde aangedaan te worden.
  • De situaties zijn niet op schaal getekend.
  • De situaties kunnen gestileerd zijn weergegeven. Dit wil zeggen dat het meer of minder schuin of bochtend lopen van wegen niet zo getekend hoeft te zijn.
  • Verharde wegen zijn getekend middels een ononderbroken lijn.
  • Onverharde wegen zijn getekend middels een onderbroken lijn (stippellijn). Inritten naar particuliere terreinen worden als niet aanwezig beschouwd.
  • Doodlopende wegen of wegen die verboden zijn om in te rijden behoeven niet, maar kunnen voor extra oriëntatie wel zijn getekend. Deze wegen zijn dan voorzien van een blokkeringsstreep.
  • Tussen de bol pijlopdrachten dient men de doorgaande (hoofd)weg te volgen.

 

Bol pijl zonder afstanden

  • Aan de hand van de getekende situaties en met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen, dient een route te worden gereden van de bol naar de punt van de pijl. De pijl dient uiteraard in de aangegeven richting bereden te worden.
  • De situaties dienen in nummervolgorde aangedaan te worden.
  • De situaties zijn niet op schaal getekend.
  • De situaties kunnen gestileerd zijn weergegeven. Dit wil zeggen dat het meer of minder schuin of bochtend lopen van wegen niet zo getekend hoeft te zijn.
  • Verharde wegen zijn getekend middels een ononderbroken lijn. Inritten naar particuliere terreinen worden als niet aanwezig beschouwd.
  • Onverharde wegen zijn getekend middels een onderbroken lijn (stippellijn). Inritten naar particuliere terreinen worden als niet aanwezig beschouwd.
  • Doodlopende wegen of wegen die verboden zijn om in te rijden behoeven niet, maar kunnen voor extra oriëntatie wel zijn getekend. Deze wegen zijn dan voorzien van een blokkeringsstreep.
  • Tussen de bol pijlopdrachten dient men de doorgaande (hoofd)weg te volgen.

 

Visgraat

  • De visgraat is een lijn met links en rechts zijstreepjes.
  • U dient de visgraat van beneden naar boven te lezen en te rijden.
  • Ieder zijstreepje betekent dat u één weg moet laten liggen. Zo betekent een rechter zijstreepje dat u één weg rechts moet laten liggen.
  • Dit kan een rechterzijweg zijn. In dat geval rijdt u rechtdoor.
  • Maar het kan ook een weg recht voor u zijn en u op die plek de mogelijkheid heeft om linksaf te gaan. In dat geval slaat u linksaf!
  • Tenslotte kan het ook een een eindewegsituatie zijn, waar u de rechterweg laat liggen en linksaf gaat.
  • Het visgraattraject voert uitsluitend over verharde wegen.
  • Als zodanig herkenbare particuliere in- en uitritten dienen als niet aanwezig te worden beschouwd.
  • Onverharde wegen en doodlopende wegen (tenzij in de visgraat met een stippellijn respectievelijk blokkeringsstreep aangegeven) tellen niet mee.
  • In sommige gevallen is de afstand tussen de streepjes aangegeven. Tevens is dan de totale afstand vanaf de tijdcontrole (start traject) aangegeven. In een enkel geval, veelal als onderdeel van een regelmatigheidsproef, zijn de passeertijden van de streepjes, gerekend vanaf de tijdcontrole, aangegeven.